Inleiding:
In 1963 publiceerde, gewezen Bauhaus docent, Josef Albers,
de uitkomsten van zijn theoretisch onderzoek. De invloed die
hij hiermee heeft uitgeoefend op de kleurveldenschilderkunst
is manifest; hij ontdekte dat:
1) de kleur in eerste instantie geen fysiek maar een psychologisch fenomeen is.
2) wij kleur haast nooit ervaren zoals hij in werkelijkheid is, zodat de kleur als een bij uitstek relatief medium moet worden
beschouwd en er dus nooit sprake van kan zijn dat een visueel probleem maar op één manier kan worden opgelost.
3) ons geheugen voor kleur, in verhouding tot ons geheugen voor klanken, zeer beperkt is.
citaat uit het boek: “moderne kunst zien en begrijpen”
Uitgangspunten eigen werk:
Ik richt mij op abstracte (schilder)kunst met name op voorstellingsloze kunst,die haar wortels heeft in de klassiek -
moderne opvatting van de vorige eeuw, zoals het constructivisme, het minimalisme, de conceptuele- of fundamentele
schilderkunst. In deze laatst genoemde kunstvorm, is het schilderen, de vorm het formaat de textuur het materiaal en
de werkwijze van groot belang. Daarbij maak ik gebruik van doeken en panelen, geschilderd in heldere
kleurstellingen, waarin alle sporen van een persoonlijk handschrift zijn uitgewist. Het schilderen zelf is voor mij het
belangrijkst. De werken zijn geen fragmenten van de werkelijkheid ze willen niets concreets voorstellen buiten
zichzelf. Wel ga ik uit van enkele van tevoren in mijn hoofd geformuleerde uitgangspunten. Het gaat mij om de
presentie van het werk zelf, zijn luciditeit en ruimtelijkheid. Mijn werken markeren een ontmoetingsplaats, een
confrontatie, met zijn toeschouwer.
Deze kunst is geen vorm van schoonheid "esthetiek", maar meer een innerlijke ervaring, beleving, het is de macht en
kracht van het enige juiste en goede "ethiek ".